We leven in een innovatieve en creatieve wereld. De wereld om ons heen verandert snel. De Innovatieve Meesters van Elferink & Kortier Advocaten houden de ontwikkelingen op onze vakgebieden voor u bij in deze databank.
Online openbaarmaking oorlogsarchief: het maatschappelijk belang en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer blijken géén communicerende vaten.
Op 2 januari 2025 is een van de grootste Nederlandse oorlogsarchieven openbaar toegankelijk geworden. Het Nationaal Archief heeft samen met diverse andere instanties lang gewerkt aan een project voor volledige online openbaarmaking en doorzoekbaarheid van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het bevat dossiers van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verdacht van collaboratie (samenwerking met de bezetter). Er zijn in dat kader circa 425.000 verdachten onderzocht. Het CABR bevat niet alleen strafrechtelijke gegevens, maar ook persoonlijke documenten zoals brieven, dagboeken en foto’s. Deze informatie is soms intiem en raakt niet alleen de verdachten van toen, maar ook slachtoffers, getuigen en nabestaanden van nu. Veel van deze mensen kunnen nog in leven zijn. Daarmee schuurt de openbaarmaking tegen de grenzen van de privacywetgeving – en soms er (ver) overheen. Niet iedereen kwam immers uiteindelijk voor een rechter of werd veroordeeld. Dit archief is echter onmiskenbaar van breed maatschappelijk belang en biedt een schat aan informatie over gebeurtenissen in het verleden. Hoe dienen nu beide belangen – zowel het maatschappelijke belang van openbaarheid als het individuele belang bij eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer – tegen elkaar te worden afgewogen?
Archief en openbaarheid
De openbaarheidsbeperking op dit archief kwam vanaf 2 januari 2025 te vervallen. Na overbrenging naar een archiefbewaarplaats zijn gearchiveerde documenten in beginsel openbaar, tenzij het noodzakelijk is om beperkingen aan de openbaarheid te stellen op een van de gronden genoemd in de Archiefwet, zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Die beperking aan de openbaarheid mag maximaal 75 jaar duren, daarna worden alle gearchiveerde documenten in beginsel vrij toegankelijk. In dit geval was men voornemens om het gehele per 2 januari jl. vrijgevallen oorlogsarchief volledig online openbaar te maken én doorzoekbaar te maken. Maar het belang van openbaarheid en dat van volledige en integere archivering staat vaak op gespannen voet met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. De term ‘persoonlijke levenssfeer’ is ruimer dan het begrip ‘persoonsgegeven’ in de zin van de AVG en omvat onder meer het recht op bescherming van de identiteit, persoonlijke ontwikkeling en het recht om relaties aan te gaan en te ontwikkelen met andere mensen. Daarom is in dit geval – na een formele waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens[1] - voor een tijdelijke voorziening gekozen die een balans moet brengen tussen enerzijds toegankelijkheid en anderzijds het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Is de balans tussen toegankelijkheid en privacy met deze werkwijze voldoende hersteld?
Zienswijze AP
In de onderhavige kwestie heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) voorafgaand aan de voorgenomen volledige online openbaarmaking door het Nationaal Archief een formele waarschuwing afgegeven. Dit omdat de onbeperkte online toegankelijkheid van deze gevoelige gegevens enorme risico’s met zich mee kan brengen. In deze zienswijze van de AP kan ik inkomen. Iedereen, overal ter wereld, zou dan immers met een paar klikken kunnen grasduinen in persoonlijke verhalen. Wat gebeurt er als deze informatie op sociale media terechtkomt? Wat als de namen van vermeende collaborateurs – terecht of onterecht – worden verspreid zonder context of nuance? Dat is overigens in dit geval al gebeurd: er bleken onjuiste namen in het archief terecht zijn gekomen van Joodse mensen die in Sobibor waren vermoord en van verzetsstrijders.[2] Wat hier op het spel staat, is niet alleen een juridische kwestie. Het raakt aan de kern van hoe we om (willen) gaan met de schaduw van ons verleden. Hoe ver mogen we gaan in onze zoektocht naar historische waarheden? En hoe beschermen we de waardigheid van mensen die niet langer kunnen spreken, of van hun nabestaanden die met de gevolgen (moeten) leven? De AVG en het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is hier niet de vijand van historische openheid, maar een noodzakelijke rem op de gulzigheid waarmee data vaak wordt gedeeld. Om over de gevaren van het loslaten van Artificiële Intelligentie (AI) op dergelijke data nog maar niet te spreken. Het risico op publieke schandpalen en misbruik lijkt immens. Naar aanleiding van de waarschuwing van de AP heeft minister Bruins dan ook besloten om het CABR via een tijdelijke voorziening alleen toegankelijk te maken in de studieruimte van het Nationaal Archief. Onder strikte voorwaarden kunnen onderzoekers en nabestaanden sinds begin 2025 toegang krijgen tot het gedigitaliseerde archief. Dit zou een compromis moeten bieden tussen het beschermen van privacy en het bevorderen van historisch onderzoek. Het Nationaal Archief heeft er voor gekozen om momenteel wel de namen en geboortedata van de verdachten online openbaar te maken. Of ze al dan niet veroordeeld zijn, valt niet te zien. Om de dossiers in te kunnen zien moet je een afspraak maken om deze te bekijken op de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag. Alhoewel voor deze oplossing veel te zeggen valt, is de keerzijde ervan dat er aan ‘naming and shaming’ wordt gedaan. Door deze halve openbaarheid bestaat het risico dat eventuele onschuldige mensen alsnog worden gestigmatiseerd, juist omdat de volledige context ontbreekt. Daardoor bestaat het risico op onterechte speculaties. Sommigen uit de lijst zijn bijvoorbeeld vrijgesproken. Het risico bestaat dus dat mensen zonder nader onderzoek te doen gaan oordelen; in feite is dat al gebeurd, getuige de berichtgeving hierover in de dagbladen.
Ik zou zeggen: of helemaal openbaar of niet. Mijns inziens zou het voor dit soort kwesties wellicht beter zijn als de termijn van beperking van de openbaarheid van 75 jaar naar 110 jaar zou worden opgerekt. Daarin is ook voorzien bij de nieuwe Archiefwet die alleen nog steeds niet is aangenomen en waarvan de behandeling steeds vooruit wordt geschoven.
Gevolgen voor de archiefsector?
De zienswijze van de AP in deze kwestie heeft vermoedelijk grote gevolgen voor de gehele archiefsector als het gaat om de digitale beschikbaarheid en toegankelijkheid van archieven, want in archieven komen bijna altijd persoonsgegevens voor. Ik vermoed dan ook dat hier nog niet het laatste woord over gezegd is. Het is tijd dat de nieuwe Archiefwet er komt. Hoe dan ook: wij volgen de ontwikkelingen voor u op de voet[3]!
[1] Nationaal Archief gewaarschuwd om online openbaarmaking | Autoriteit Persoonsgegevens.
[2] Vermoorde Joden als verdachten opgenomen in oorlogsarchief, nabestaanden verbijsterd: ’Er is iets gruwelijk misgegaan’ | Binnenland | Telegraaf.nl, 5 januari 2025.
[3] Meer weten over Openbaarheid, AVG en Archiefwet? Zie onze cursus: AVG en archieven | GO opleidingen.
P.s. Een verkorte variant van deze blog, is als column verschenen in OD-magazine, editie 42, februari 2025. Zie de website van OD-online.
